Boeren tussen twee natuurgebieden, soms is meer mogelijk dan je denkt

Deel dit bericht op

Een paar dagen na het bezoek van minister Jaimi van Essen van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur is de rust weergekeerd op melkveehouderij Tegenbosch in Valkenswaard. De ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst tussen Dirk Tegenbosch (30 jaar) en Staatsbosbeheer voor natuurinclusieve landbouw (NIL) was feestelijk. Voor Dirk was het geen eindpunt, maar een stap in een zoektocht die jaren geleden begon. Voor welke uitdagingen staat zijn bedrijf nog? 

“Ons pap was al bezig met het in balans houden van koeien en grond,” blikt Dirk terug. “Als hij koeien kocht, dan kocht hij ook percelen als er in de omgeving iets te koop stond dat bij ons bedrijf paste. Vaak was dat tegen de zin van de bank. Dat leverde soms zwaar weer op, maar als je met je bedrijf tussen twee natuurgebieden in zit dan weet je dat er iets moet gebeuren als je door wilt boeren. Die lijn wil ik doorzetten.” Driekwart van de grond van Dirk en zijn ouders ligt binnen 500 meter van het Leenderbos en De Malpie. Deze natuurgebieden maken deel uit van Natura 2000-gebied Leenderbos, Groote Heide en De Plateaux. Dat staat onder druk, onder andere door een te hoge stikstofbelasting. Daarom wilde Dirk extensiveren: minder koeien per hectare houden. Op die manier stoot zijn bedrijf minder stikstof uit. Dirk: “Op zoek naar grond kwam ik in contact met Staatsbosbeheer.”

Biodiversiteit

De eerste stap naar natuurinclusieve landbouw zette Dirk door de Brabantse Biodiversiteitsmonitor Melkveehouderij te gaan gebruiken. In 2021 was hij één van de deelnemers van het eerste uur. “De provincie gebruikt deze monitor om melkveehouders te belonen die prestaties leveren op het gebied van biodiversiteit, bodembeheer en ecologie,” licht Dirk toe. Ook doet hij aan agrarisch natuur- en landschapsbeheer: “Met die combinatie van landbouw en natuurbehoud zorg ik voor meer variatie in planten en dieren, de biodiversiteit. Daarvoor krijg ik een subsidie van de overheid.
Een jaar geleden ben ik grond van Staatsbosbeheer gaan pachten. Het idee was om dat voor zes jaar te gaan doen en te zien hoe het zou bevallen. Het klikte met boswachter Annelies van der Hidde. Daardoor zijn we gaan onderzoeken of we niet meer konden doen samen.”

Boeren van het Zuiden

“Twee jaar geleden heb ik me ingeschreven voor de landelijke regeling ‘Samenwerking in veenweidegebieden en Natura 2000-overgangsgebieden’,” vervolgt Dirk. “Als je wilt extensiveren kun je daar als melkveehouder of akkerbouwer in samenwerkingsverband aan meedoen. Voor het terugbrengen van de stikstofuitstoot ontvang je als deelnemer een vast bedrag per hectare per jaar. Dat gaf mij de ruimte om een stap te zetten. Eerst heb ik onderzocht of ik me samen met een paar boeren uit de buurt kon aanmelden, maar daarvoor waren we net met een te klein aantal. Ook kwamen we met elkaar niet aan de benodigde 200 hectare binnen een zone van 2500 meter van een Natura 2000-gebied. Daarom heb ik me aangesloten bij het initiatief Boeren van het Zuiden. Dat wordt gecoördineerd door Stichting Duinboeren en Maatschappij.”

Geen kunstmest

“Omdat ik al meedeed aan deze landelijke regeling en ik de biodiversiteitsmonitor gebruik, voldeed ik aan een groot aantal van de voorwaarden die vasthangen aan een overeenkomst voor natuurinclusieve landbouw van Staatsbosbeheer. Zo gebruikte ik geen kunstmest en kocht ik geen krachtvoer meer voor mijn koeien. Ik heb genoeg grasland om onze 85 koeien te laten grazen en te maaien voor het wintervoer. Ook hebben we vijf hectare ‘vogelakker’. Daarop hebben we drie stroken met bloemen gezaaid. Goed voor de biodiversiteit en het oogt mooi.”

Twaalf jaar zekerheid

Dirk: “Een overeenkomst voor natuurinclusieve landbouw teken je voor twaalf jaar. Dat biedt dus langdurige zekerheid.” Dat de minister bij de ondertekening van de overeenkomst tussen Staatsbosbeheer en Dirk Tegenbosch aanwezig was, laat zien dat het kabinet de overgang naar natuurinclusieve landbouw rond Natura 2000-gebieden belangrijk vindt. “Sommige voorwaarden zijn ambities voor de lange termijn,” nuanceert Dirk de stand van zaken op zijn bedrijf. “Daar hoef ik niet direct aan te voldoen. Zo moet het percentage natuur op mijn eigen grond nog omhoog en de uitstoot van methaan en stikstof omlaag.”

Wachten op vergunning

Dat is niet de enige uitdaging die Dirk nog heeft. “Vier jaar geleden hebben we een potstal gebouwd voor onze ‘droge koeien’.” Zij worden tijdelijk niet gemolken en staan apart omdat ze rust nodig hebben. Hun mest en urine wordt ‘opgepot’ en regelmatig bedekt met een nieuwe laag stro. De mest gebruikt Dirk voor zijn grasland. Dirk: “Onze grote stal voor de melkkoeien is verouderd. Als ik om zou schakelen naar biologisch is vernieuwing nodig om hetzelfde aantal melkkoeien te kunnen houden. Ook voor hen wil ik daarom graag een nieuwe stal zetten. Dat heeft echter gevolgen voor de uitstoot van stikstof en dus voor onze vergunning. De omgevingsvergunning van de gemeente is binnen, maar het is nog wachten op de wijziging van de natuurvergunning van de provincie. Onze plannen zijn goed voor de natuur in onze omgeving. Ik heb er daarom goede hoop op dat we groen licht krijgen.”

Wel of niet biologisch?

“Het besluit om helemaal over te gaan naar biologisch moet ik nog maken. Nu spuit ik pleksgewijs nog wat onkruidbestrijdingsmiddel, maar dat zou dan helemaal niet meer mogen. Dat betekent dat we meer last gaan krijgen van brandnetels en het voor koeien giftige Jacobskruid. Voor biologische melk zouden we pas over twee jaar meer krijgen dan voor gewone melk. Op dit moment zou dat 20 cent per liter zijn. Dankzij deelname aan de extensiveringsregeling kunnen we die periode financieel overbruggen.
Als biologische boer moet je zelf meer uitproberen; je krijgt minder adviseurs en toeleveranciers over de vloer. Zo heb ik om ervaring op te doen vorig jaar op een perceel mais gezet zonder onkruidbestrijding te gebruiken. We wilden zelf gaan eggen en schoffelen. Dat moet precies op het goede moment gebeuren. Daarom heb ik uiteindelijk toch de hulp van een loonwerker ingeroepen. Dat kost een hoop, maar je wordt ontzorgd. Of ik zelf mais blijf telen, is dus nog de vraag.”

Inspiratie

Gerard Willems van het provinciale Ondersteuningsnetwerk begeleidt Dirk bij het aanvragen van de genoemde vergunningen. Ook heeft Dirk veel aan ‘de Boeren van het Zuiden’. Zij komen eens in de zes weken bij elkaar om ervaring uit te wisselen en delen tussentijds inspiratie via Whatsapp. Andere melkveehouders die nadenken over de toekomst van hun bedrijf adviseer ik zich goed te laten informeren. Zo ben ik naar een bijeenkomst over de samenwerkingsregeling geweest, terwijl ik dacht dat de regels voor mij te steng waren. Soms is er meer mogelijk dan je denkt. Als je betaald wordt voor het doorvoeren van veranderingen in je bedrijfsvoering dan is het makkelijker.”

Toekomstbeeld

Dirk hoopt dat de minister terugkomt naar het gebied: “Niet alleen om te zien hoe het ons is vergaan, maar ook om bij andere ondernemers te kijken. Niet voor iedereen is de overstap naar natuurinclusief namelijk even eenvoudig. Ik heb het geluk dat ik al relatief veel grond onder mijn bedrijf had.” Hoe ziet Dirk de toekomst van zijn bedrijf in relatie tot de omgeving en het onlangs aangekondigde nieuwe beleid van de rijksoverheid? “Ik hoop dat de harde grens tussen landbouw en natuur verdwijnt,” is zijn antwoord. “Ik vind het belangrijk dat onze grond goed in de omgeving past en natuurlijk oogt. Ik zou het mooi vinden als onze twee zoontjes als ze groot zijn het bedrijf voort kunnen zetten. Als ze dat willen natuurlijk! De minister heeft tijdens zijn bezoek bevestigd dat we op de juiste weg zitten. Dat geeft vertrouwen.”

Wie is Dirk Tegenbosch?

  • stapte samen met zijn vrouw Melanie in 2021 in het bedrijf van zijn ouders;
  • heeft 85 stuks melkkoeien, veertig stuks jongvee en 35 hectare grond in eigendom;
  • pacht 15 hectare van Staatsbosbeheer die hij natuurinclusief beheert. Op vijf daarvan verbouwt hij graan;
  • houdt veertig schapen als hobby en beleeft met zijn gezin veel plezier aan de lammetjes in het voorjaar;
  • is bestuurslid van BoerenNatuur Brabant Midden, één van de drie Brabantse collectieven die agrarisch natuur-, bodem- en waterbeheer uitvoeren

Programmabureau Grenscorridor

Op het erf van agrarisch ondernemers komen veel uitdagingen samen. Binnen gebiedsgerichte aanpak Grenscorridor werken onder andere gemeente Valkenswaard, provincie Noord-Brabant, Staatsbosbeheer, Waterschap De Dommel en de agrarische sector samen. Het programmabureau van Grenscorridor denkt actief met agrarisch ondernemers mee over de toekomst van hun bedrijf en de vorm van ondernemen die daarbij past. Eerste aanspreekpunt is Guus Stappaerts. Hij is te bereiken via en 06 – 81 01 88 29.

Deel dit bericht op

Wil je op de hoogte blijven?
Meld je aan voor onze nieuwsbrief.

Aanmelden